Sta op en… ! Wat ik deze week leerde van de ongehoorzame Jona

Jona. Als ik zijn naam hoor, denk ik gelijk aan ‘die ongehoorzame profeet’. En stiekem vind ik dat hij de titel ‘profeet’ niet waardig is. Want ja… een echte profeet is 100% aan God toegewijd, toch? Hij kent geen twijfels, geen jaloezie, boosheid of welke ‘negatieve’ emotie dan ook. Een echte profeet leeft dicht bij God, is krachtig, toegewijd, gehoorzaam, scherp, en vol van de Heilige Geest. Net als Elia en Mozes, die beide ‘mannen Gods’ genoemd worden. Toch?

Toch niet. Jona wordt door Jezus Zelf een profeet genoemd (Matth. 12:39). Een echte. En die grote Elia, die onbevreesd voor slechte koningen en gevaarlijke afgodspriesters stond, wordt ‘een mens zoals jij en ik’ genoemd (Jak. 5:17). Het is maar hoe je er tegenaan kijkt.

Een tijdje geleden heb ik de tijd genomen om bij het boekje Jona stil te staan en ik werd een aantal keren verrast door wat ik tegen kwam. Zoals wat ik las in de eerste verzen van het boek:

‘Het woord van de HEERE kwam tot Jona, de zoon van Amitthai: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht. Maar Jona stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van het aangezicht van de HEERE. Hij daalde af naar Jafo en vond een schip dat naar Tarsis ging. Hij betaalde de prijs voor de overtocht en daalde af in het schip om met hen mee te gaan naar Tarsis, weg van het aangezicht van de HEERE.’ (Jona 1:1-3, HSV)

Sta op!
Het eerste dat mij opvalt, is dat de HEER tegen Jona zegt: ‘Sta op’. Direct achter de opdracht van de HEER staat: ‘En Jona stond op’ (De HSV vertaalt hier ‘maar’; ik kies liever voor de vertaling van de NBV met het woordje ‘en’).

rise-up

Als je hier zou stoppen met lezen, lijkt het alsof Jona de HEER direct gehoorzaamt. Hij hoeft er niet over na te denken, maar staat op zodra de HEER dit van hem vraagt. Ik vind het een fantastische vondst van de schrijver om het zo te verwoorden. Het maakt de beslissing van Jona, om weg te vluchten van Gods opdracht, des te indringender.

Ik hou ervan om mijzelf te spiegelen aan wat ik lees. De reden dat ik Jona nooit zo serieus wilde nemen, is denk ik omdat ik als tiener graag opstond om te gaan doen wat God van mij vroeg. Mijn leven lag voor me, ik had geen grote verantwoordelijkheden en kon gaan en staan waar ik (of liever gezegd: God) wilde. Nu herken ik mij wel in Jona. ‘Opstaan, Heer? Maar… hoe dan? Mijn gezin, bediening, gezondheid, tijd… Heer, ik zie het niet voor me…’. Hoe makkelijk is het dan, om figuurlijke propjes in mijn oren te stoppen en weg te vluchten in het leven van elke dag.

Weg van het aangezicht van de HEER
Zo’n zestien jaar geleden studeerde ik in Ede, waar ik ook het vak ‘bijbelstudievaardigheden’ volgde. Één van de dingen die ik nooit vergeten ben, is de opmerking dat je op moet gaan letten als iets meerdere keren gezegd wordt. In dit korte stukje tekst staat twee keer dat Jona naar Tarsis vluchtte, ‘weg van het aangezicht van de HEER’. Dat schrijnt.

Wat heeft Jona ertoe bewogen om te vluchten? Wat kan ooit zó erg zijn, dat je niet alleen je opdracht aan de kant schuift, maar ook wegvlucht van de stralende aanwezigheid van je Heer? Vluchten van het aangezicht van de HEER is hetzelfde als weglopen bij de zegen van God (zie de preek van Tiemen Westerduin over deze zegen, waarover in januari een blog verscheen op Zij Lacht):

“Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.” (Num. 6:22-27, NBV)

Wat kan je laten besluiten om die schitterende Aanwezigheid van de Almachtige achter je te laten? Ik kan mij voorstellen dat dit bij Jona de angst voor het onbekende was. Of, liever gezegd, voor datgene dat bekend was over Ninevé. Wat daar gebeurde, was letterlijk ten hemel schreiend en was nog erger dan wat we hedendaagse barbaarse regimes zien doen, heb ik mij laten vertellen. Me dunkt, ik zou ook twee keer nadenken voordat ik deze opdracht uit zou gaan voeren.

Ik wist dat U genadig bent
De echte reden voor Jona’s vertrek is niet zijn angst. Hij laat dit aan het eind van zijn boek doorschemeren:

‘Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad.’ (Jona 4:2, HSV)

072517-Psalm-103-12-NoLogoJona wist dat God genadig en barmhartig is. De kans was groot dat Hij dat niet alleen voor Zijn eigen volk Israël zou zijn, maar ook voor hun grote vijanden, de inwoners van Ninevé. En dat gunde Jona hen niet.

Dichtbij
Heftig. Hoe makkelijk is het, om met een beschuldigende vinger naar Jona te wijzen en te zeggen: ‘Jona, wat dóm van je. Hoe kun je wegvluchten bij de aanwezigheid van je Heer? En wat staat het je lelijk, dat je je vijanden de goedheid van de Heer niet gunt…’

Dan komt het ineens wel heel dichtbij. Want hoe vaak gebeurt het niet, dat ik geen zin heb in Gods ‘opdrachten’ en de tijd niet neem om naar Hem te luisteren? Maak ik dan niet dezelfde domme, diepschrijnende keuze die Jona maakte, wég van de stralende aanwezigheid van mijn Vader en Heer? En is dat (wat het dan ook is) het waard om die diepe verbondenheid met God los te laten en mijn geloofsoren dicht te houden?

En als ik diep in mijn hart kijk… gun ik de mensen die mij pijn deden dan hetzelfde als wat ik voor mijzelf van mijn Heer verlang? Dat Hij hen met dezelfde warmte, dezelfde genade aankijkt als dat Hij bij mij doet?

Wij hebben gezondigd
Ik denk dat het voor mijzelf tijd wordt om te stoppen met het wijzen naar Jona als ‘die ongehoorzame profeet’, en als de profeet Daniël op de knieën te gaan om naar zijn voorbeeld te bidden: ‘Heer, niet alleen Jona, niet alleen de mensen die mij pijn deden… maar ik ook. Wij hebben gezondigd, wij hebben onrecht gedaan, wij hebben goddeloos gehandeld, wij zijn in opstand gekomen door af te wijken van Uw geboden en bepalingen (Daniël 9:5, HSV)’.

Ik bid dat de Heer mij steeds weer zal leren om te doen wat Jezus ons leert: ‘Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt’ (Joh. 13:34-35, HSV).

Een klein motto voor een grote God
Vanaf nu wil ik leven volgens dit principe:

‘Ik hoef niets te vinden van wat een ander doet of zegt. Ik mag (moet) gewoon liefhebben. Liefhebben met de liefde van Jezus, dicht bij het aangezicht van de HEER, terwijl ik luister naar het fluisteren van Zijn Geest en – ondanks angst voor het (on)bekende – doe wat Hij (dan ook) van mij vraagt’.

Idealistisch, moeilijk, onmogelijk misschien. Maar toch. Ik ken een grote God met een groot hart en een Heilige Geest, Die Hij met liefde uitgedeeld heeft… Glorie aan God!

New-commandment_825_460_80_c1

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s